Taal
Vandaag een verzameling ‘beschouwingen’ over zaken rond de Amerikaanse taal die me in de loop van de tijd zijn opgevallen.
Nicknames (Roepnamen)
Roepnamen: erg leuk als je nog klein bent, of tussen vrienden of collega’s onderling. Maar ze als onderdeel van je carriere gebruiken, dat komt op mij toch een beetje kinderachtig en onprofessioneel over. Toch zie ik regelmatig berichten over hooggeplaatste personen (ook binnen de US-tak van Pearson) gepubliceerd worden waarin zo’n nickname gewoon gebruikt wordt. Er is hier bijvoorbeeld een ‘President and Chief Executive Officer’ die ‘Buzz’ genoemd wil worden, en dat is echt niet zijn voornaam hoor. Dan is er nog een directeur, toch op z’n minst een jaar of 55, die met grote letters de voornaam ‘Tommie’ (plus achternaam, die ga ik niet noemen hier natuurlijk) op zijn deur en zijn visitekaartjes heeft staan. Zo maar een paar voobeelden. Soms heb ik echt het idee in een kleuterschool rond te lopen..
Lange woorden
Amerikanen houden niet van lange woorden. Ieder woord dat maar enigszins complex is wordt in stukjes van het liefst 1 lettergreep gebroken. Dat is wel een verschil met het Nederlands. Ik heb daar dagelijks mee te maken vanwege het Nederlandse product dat we aan het ontwikkelen zijn. Mijn collega’s staan regelmatig te kijken van woorden als bijvoorbeeld ‘Ondersteuningsinformatie’. Hier een paar voorbeelden van woorden die ik nogal eens aan elkaar schrijf, maar Word straft dat genadeloos af door het woord rood te onderstrepen: ken ik niet, opsplitsen die hap!
- test cases
- help file
- web services
- hard disk
Dit zijn een paar voorbeelden van woorden die we in het Nederlands zonder meer aan elkaar zouden plakken.
Aan de andere kant is men hier erg goed in het extreem wollig aankleden van ‘belangrijke’ tekst, vooral in de vorm van e-mails die afkomstig zijn van belangrijke afdelingen binnen een bedrijf. Veel lange zinnen met veel bijzinnen waardoor het erg moeilijk wordt de ‘rode draad’ uit zo’n epistel te halen. Bovendien wordt ook nog erg vaak gebruik gemaakt van wisselende lettertypes/groottes, bold en italics om zaken er maar uit te laten springen. Maar door de hoeveelheid ‘aandachttrekkers’ worden de meeste van dit soort berichten vaak erg rommelig en onleesbaar. Hieronder een voorbeeld van een van die vele bedrijfsberichten die we dagelijks in onze inbox krijgen:

Dit is niet alleen iets dat binnen Harcourt/Pearson voorkomt, dit soort formulieren kregen we ook op de Amerikaanse ambassade toen we een verblijfsvergunning voor mij gingen aanvragen, en ook de brieven die we van banken of wat dan ook voor overheidsinstanties krijgen zien er zo uit.
Woorden afbreken
Woorden afbreken in een tekst, als je het eind van een regel nadert gebeurt hier nauwelijks. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat al te lange woorden opgesplitst worden in stukken. In Nederlandse teksten breek ik regelmatig woorden af omdat er anders zoveel witte ruimte ontstaat. In het Engels zijn de afbreekregels ook veel complexer en minder intuitief dan in het Nederlands. Het automatisch afbreken in Word staat dan ook standaard uit.
Medische termen
Tegenover die trend om alle woorden zo simpel mogelijk te houden staat de gewoonte om alles wat met de medische wereld te maken heeft direct uit het jargon over te nemen. Een relatief simpel woord als ‘hersenvliesontsteking’, wat dus in het Nederlands duidelijk aangeeft wat het is, is in het Amerikaans ‘meningitis’. Hier nog een paar voorbeelden:
- Blindedarmontsteking – appendicitis
- Bloedarmoede – anaemia
- Bloeddrukverhogend – hypertensive
- Voorhoofdholtsontsteking – sinusitis
- Longontsteking – Pneumonia
- Oogarts – ophtalmologist
- Kinderarts – paediatrician
Dit zijn wat veel voorkomende kwaaltjes die volgens mij in het Nederlands heel wat meer voor zichzelf spreken dan in het Engels, tenzij je een dokter bent.
